Is het te ligt of te licht?

Is het te ligt of te licht?

Is het te ligt of te licht?

De juiste vorm is bijna altijd te licht. Het woord ligt is een werkwoordsvorm van liggen en betekent dat iets ergens geplaatst is of zich ergens bevindt. Het heeft dus niets te maken met gewicht, felheid of intensiteit. In alle zinnen waarin je het hebt over gewicht, felheid of sterkte, hoort daarom te licht en niet te ligt.

Wanneer gebruik je te licht?

Je gebruikt te licht als je bedoelt dat iets niet zwaar genoeg, niet sterk genoeg of niet fel genoeg is. Denk aan een koffer die te licht is voor de bagageband, een kleur die te licht is op een muur, of een lamp die te licht is om goed bij te kunnen lezen. In al deze gevallen is licht een eigenschap van een ding en wordt het als bijvoeglijk naamwoord gebruikt. Je kunt dit herkennen doordat je het woord ook kunt verbuigen, bijvoorbeeld in lichte of lichtere.

Wanneer gebruik je ligt?

Het woord ligt gebruik je alleen als persoonsvorm van het werkwoord liggen. Je zegt bijvoorbeeld dat een boek op tafel ligt of dat iemand in bed ligt. In deze zinnen gaat het nooit over het gewicht of de felheid van iets, maar over de plaats waar iets zich bevindt. Als je twijfelt of je licht of ligt moet gebruiken, kun je proberen de zin in een andere tijd te zetten. Kun je er lag van maken, dan heb je te maken met het werkwoord en schrijf je ligt.

Veelgemaakte fouten in zinnen

In de praktijk gaat het vaak mis bij zinnen waarin mensen gewicht of felheid bedoelen. Voorbeelden zijn uitspraken als dat een kleur te ligt is voor de huisstijl of dat de verlichting te ligt is voor een werkplek. In beide gevallen is dit onjuist, omdat het niet gaat over de plek waar iets ligt, maar over hoe zwaar of intens iets is. De correcte vormen zijn dat de kleur te licht is en dat de verlichting te licht is.

Handige manier om het verschil te onthouden

Het belangrijkste onderscheid is dat licht iets zegt over een eigenschap en ligt alleen iets zegt over een plaats. Als je het woord kunt vervangen door een andere eigenschap zoals zwaar, donker of fel, dan schrijf je licht. Als je het kunt vervangen door een ander werkwoord zoals staat of bevindt, dan heb je het werkwoord liggen nodig en schrijf je ligt. Zo kun je snel controleren welke vorm in jouw zin past en voorkom je dat je per ongeluk te ligt schrijft waar te licht moet staan.