Een paar winters geleden stond ik om half zeven 's ochtends in mijn pyjama op de oprit, met een emmer strooizout in mijn ene hand en een schep in de andere. De buurman was al bezig, en hij strooide alsof hij een taart bestoof: een dun, gelijkmatig laagje. Ik daarentegen gooide drie scheppen op één plek en keek tevreden naar de witte hoop. Een uur later lag er een plas pekel op de stoep, en het zout spoelde zo de border in. Sindsdien weet ik dat het om gram per vierkante meter draait, niet om scheppen. Voor een oprit van 20 vierkante meter heb je bij nachtvorst ongeveer 0,4 tot 0,8 kilo strooizout per keer nodig, afhankelijk van de vorst.
De rekensom per vierkante meter
Als vuistregel strooi je bij lichte nachtvorst, rond de min één tot min drie graden, ongeveer 20 gram per vierkante meter, en bij strengere vorst of een dun laagje ijs 30 tot 40 gram. Op 20 vierkante meter is dat 0,4 kilo bij 20 gram, 0,6 kilo bij 30 gram en 0,8 kilo bij 40 gram. Een zak van 25 kilo is daarmee goed voor ruwweg 62 keer strooien bij de lichtste dosering, ruim 41 keer bij 30 gram en iets meer dan 31 keer bij 40 gram. Voor een gemiddeld Nederlands seizoen, met misschien tien tot twintig strooibeurten, is één zak dus ruim voldoende, en houd je zelfs nog zout over voor de volgende winter. Meet je dosering de eerste keer af met een maatbeker: een afgestreken eetlepel zout is ongeveer 20 gram, zodat je een gevoel krijgt voor de hoeveelheid.
Wanneer en hoe strooi je het best?
Strooi voorkomend, dus voordat het vriest en niet pas als de oprit al spiegelglad is. Zout werkt door het vriespunt van water te verlagen, en dat lukt het best als er nog een beetje vocht ligt. Op een droge oprit strooi je 's avonds, op een natte oprit vlak voor de vorst invalt. Verdeel het zout met een strooiwagentje of met een draaiende beweging van je pols, zodat de korrels een eind uit elkaar vallen. Strooi je zout op een laag sneeuw, dan verdwijnt het gewoon in de sneeuw en bereikt het de bestrating niet: schuif eerst de sneeuw weg en strooi daarna pas. Wees voorzichtig met zout in de buurt van borders, gras en klinkers van natuursteen. Pekel kan planten verbranden en bepaalde stenen laten afschilferen, dus houd een strook van een halve meter vrij of strooi daar een alternatief, zoals zand of split.
Wat doe je bij strengere vorst?
Bij temperaturen onder min tien graden werkt gewoon keukenzout steeds minder goed, omdat het effect dan sterk afneemt. Dan is het slimmer om extra te strooien en er grit of zand doorheen te mengen voor grip, zodat je ook zonder smeltend ijs veilig loopt. Veeg de oprit daarna aan het eind van de winter schoon, zodat zoutresten niet de hele zomer in de voegen blijven zitten. Bewaar de rest van de zak droog en afgesloten, want zout trekt vocht aan en klontert dan tot een steenharde massa. Zo heb je volgend jaar weer genoeg, en sta je niet opnieuw in je pyjama met een emmer in de hand.